Poespas
De poëet is niet van de poes
Mis poes mis poes
Je kan me toch niet pakken
Hij is geen katje om zonder
handschoenen aan te pakken!
Vanuit zijn liederrijke roes
Poeiert hij pardoes
Pif, paf, Poef!
Trefzeker verzen in de roos
Zonder dat hij één keer bloost
Pas op, hij vervoert je
Te pas en te onpas
Noemt je pampoeseken
Met zijn dichterlijke smoezen
Heb je het in de smiezen?
Terwijl hij poeslief
Zinnen zit te spinnen
Dringt hij langs je oren binnen
Met zijn grappen en grollen
De kat krabt de krollen
En wanneer je gaat snoezelen
Probeert hij het te verdoezelen
Je bent een vogel voor de kat
Hij bakt je potsierlijk een poets
De koetsier poetst de postkoets
Voor je het weet, heeft
de snoeshaan driemaal gekraaid
En dan heeft ie je gepaaid
Hij heeft al z'n woorden verdraaid
Zijn pad met dubbele bodems bezaaid
Of kraait hij te vroeg victorie?
Heb je niet genoeg, verdorie
Zijn zinnen zijn zo onbezonnen
Je bent er haast ingestonken
Geef je je zomaar gewonnen?
Kijk, daar gaat hij weer
Trekt hij niet te fel van leer?
Raak je van z’n kromspraak geïrriteerd?
Ga met rechtspraak in het verweer
En zeg het hem een keer:
Hou je pennen thuis
Er is met jou iets niet pluis
Poets wederom poets
Hoepel op, paljas
Met je poëtische poespas
Comments
Post a Comment